Oorsprong:

Ontstaan in het Oostenrijkse Stiermarken uit kruisingen van bestaande landhoenders met Cochins, Houdans en Dorkings, voor de vleesopbrengst. De Sulmtaler krielen zijn later als hobbydier als eerste gefokt in Duitsland.

Beschrijving:

Middelzwaar, diep gesteld, min of meer rechthoekig gebouwd, krachtig landhoen met een diepe borst. Opvallend is het kleine nekkuifje bij de hen.

OMSCHRIJVING

Een middelgrote kip, die vrij diep gesteld is en met een gestrekte, vierkante bouw.

Je zou als het ware een baksteen in de kip kunnen zien.

De stelling is middelhoog en de kip heeft een klein nekkuifje.

Verder is het een levendige kip, maar wel goed tam te krijgen.

 

Type en bouw

-Romp: vrij diep, rechthoekig gestrekt, vol, breed en goed gerond.

-Kop: middelgroot, met een klein nekkuifje. Het gezicht is rood.

-Ogen: oranjerood.

-Kam: rood, enkel, middelgroot, rechtop staand, 4 -6 regelmatige, niet te diepe tanden.

De hen heeft voor een kleine wikkel in de kam. Hierdoor kan het zijn dat het kamfront

niet helemaal strak is.

-Kuifje: bij de hen vrij groot en vol, bij de haan wat kleiner en losser.

-Snavel: krachtig, relatief kort, vlees- tot hoornkleurig

-Kinlellen: middelgroot, gerond en rood van kleur.

-Oorlellen: nauwelijks middelgroot, wit, enigszins rood is toegestaan.

-Hals: middellang, rijk bevederd.

-Schouders: breed, goed gerond.

-Rug: zo lang mogelijk, breed uit de schouder komend en vrijwel horizontaal.

-Zadel: breed en goed ontwikkeld, geen kussenvorming.

-Borst: vol, zeer diep en breed.

-Vleugels: middelgroot, goed aanliggend en brede pennen.

-Staart: vol, breed, middellang en hoog gedragen.

-Achterlijf: vol.

-Dijen: stevig gespierd en middellang.

-Poten: bijna middelhoog, glad, vier tenen per poot en vleeskleurig.

-Bevedering: strak aangesloten